Artikel 1 Definities

1.       het plan

het bestemmingsplan Axel van de gemeente Terneuzen, vervat in de kaart en deze voorschrif≠ten.

 

2.       de kaart

de gewaarmerkte kaart met bijbehorende verklaring, bestaande uit 4 kaartbladen, waarop de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangewezen.

 

3.       bestemmingsvlak

een op de kaart aangegeven vlak met eenzelfde bestemming.

 

4.       bestemmingsgrens

een op de kaart aangegeven lijn, die de grens vormt van een bestemmingsvlak.

 

Bouwen

 

5.       bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

 

6.       bouwvlak

een aaneengesloten stuk grond dat een eenheid vormt in gebruik en waarop krachtens het plan zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

 

7.       bouwgrens

een op de kaart aangegeven lijn, die de grens vormt van een bouwvlak.

 

8.       bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

 

9.       gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wan≠den omsloten ruimte vormt.

 

10.    hoofdgebouw

een gebouw, dat op een bouwvlak door zijn aard, functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken en waarin de hoofd≠functie ingevolge de bestemming is of wordt ondergebracht.

 

11.    aan- of uitbouw

een aan een hoofdgebouw aangebouwd gebouw of een deel van een hoofdgebouw, in functio≠neel en bouwkundig opzicht zodanig met het hoofdgebouw verbonden dat het daarmee ťťn ge≠heel vormt en dat in bouwkundig opzicht herkenbaar blijft als een afzonderlijke, uiterlijk onder≠geschikte, aanvulling op het hoofdgebouw.

 

12.    bijgebouw

een vrijstaand of aangebouwd, afzonderlijk van het hoofdgebouw in functioneel en bouwkundig opzicht te onderscheiden gebouw.

 

13.    overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak.

 

14.    voorste perceelsgrens

de kadastrale grens aan de wegzijde bij een perceel die de zijkanten van een perceel verbindt. Indien meerdere zijden van het perceel naar de weg gekeerd zijn, wijzen burgemeester en wet≠houders een voorste perceelsgrens aan.

 

15.    zijdelingse perceelsgrens

de kadastrale grens van een perceel tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt.

 

16.    achterste perceelsgrens

de kadastrale grens aan de achterzijde, de van de wegzijde afgekeerde grens, bij een perceel die de zijkanten van een perceel verbindt. Indien meerdere zijden van het perceel van de weg afgekeerd zijn, wijzen burgemeester en wethouders een achterste perceelsgrens aan.

 

Agrarische sector

 

17.    agrarisch bedrijf

een bedrijf gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen of veredelen van gewassen en / of het houden of fokken van dieren, nader te onderscheiden in:

a.       grondgebonden agrarisch bedrijf:

een bedrijf dat (nagenoeg) geheel afhankelijk is van de agrarische grond als productiemid≠del en waar (nagenoeg) geheel gebruik wordt gemaakt van open grond, nader te onder≠scheiden in:

1.   akker- en vollegrondstuinbouw:

de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen bosbouw, sier- en fruitteelt;

2.   fruitteelt:

†††† de teelt van fruit op open grond;

3.   sierteelt:

†††† de teelt van siergewassen en vaste planten;

4.   boomteelt:

de teelt van bomen als siergewas;

5.   bollenteelt:

†††† de teelt van bloembollen, veelal in samenhang met de teelt van bolbloemen;

6.   houtteelt:

†††† de teelt van bomen vanwege de houtproductie;

7.   boomkwekerij:

†††† de teelt van bomen al dan niet gecombineerd met de verhandeling daarvan;

8.   grondgebonden veehouderij:

†††† het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond;

9.   paardenfokkerij:

het fokken van paarden, de verkoop van gefokte paarden en het houden van paarden ten behoeve van de fokkerij;

b.      glastuinbouw:

een bedrijf gericht op de teelt of veredeling van gewassen geheel of nagenoeg geheel met behulp van kassen;

c.       niet‑grondgebonden agrarisch bedrijf:

een bedrijf dat (nagenoeg) niet afhankelijk is van agrarische grond als productiemiddel en waar (nagenoeg) geen gebruik wordt gemaakt van daglicht, nader te onderscheiden in:

1.   intensieve veehouderij:

de teelt van slacht-, fok-, leg-, pels- of melkdieren, waarbij de teelt plaatsvindt geheel of nagenoeg geheel zonder weidegang;

2.   intensieve tuinbouw in gebouwen:

de teelt of veredeling van gewassen (nagenoeg) geheel in gebouwen en (nagenoeg) zonder gebruik te maken van daglicht;

3.   intensieve kwekerij:

de teelt van vis, wormen of slakken.

 

18.    weidegang

gedurende een substantieel deel van het jaar buiten laten lopen van de dieren, op een substan≠tiŽle oppervlakte landbouwgrond, waarbij een deel van de voerbehoefte door de dieren buiten wordt verzameld en waarbij meer dan 50% van de betreffende landbouwgrond is begroeid.

 

19.    kassen

gebouwen van glas of ander lichtdoorlatend materiaal ten behoeve van de teelt van tuinbouw≠gewassen, fruitteelt of sierteelt.

 

20.    boog- en gaaskassen

al dan niet verplaatsbare constructies overtrokken met en omsloten door lichtdoorlatend materi≠aal anders dan glas, ten behoeve van de teelt van tuinbouwgewassen, fruitteelt of sierteelt.

 

21.overkappingconstructies

bouwwerken zonder wanden, overtrokken met lichtdoorlatend materiaal anders dan glas ten behoeve van de bescherming van tuinbouwgewassen tegen neerslag of zonlicht.

 

22.afdekfolie

folie die op de bodem wordt aangebracht ter verbetering van de microklimatologische omstan≠digheden om de groei van gewassen onder de folie te bevorderen.

 

23.bedrijfsvloeroppervlakte

de gezamenlijke oppervlakte van vaste vloeren in gebouwen die worden gebruikt voor de huis≠vesting van dieren, ten behoeve van intensieve veehouderij bestaande uit de netto-oppervlakte stallen, inclusief gangpaden en (scheidings)wanden.

 

Dienstensector

 

24.bedrijf

een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren en verhan≠delen van goederen dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij eventueel de≠tailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen.

 

25.bedrijfswoning

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, welke slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de be≠stemming.

 

26.horecabedrijf

een bedrijf, gericht op ťťn of meer van de navolgende activiteiten:

a.       het verstrekken van al dan niet ter plaatse te nuttigen voedsel en / of dranken;

b.      het exploiteren van zaalaccommodatie;

c.       het verstrekken van nachtverblijf.

 

27.restaurant

een horecabedrijf, dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van dranken.

 

28.    hotel

een horecabedrijf, dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies (per nacht) met als neven≠activiteiten het verstrekken van maaltijden en dranken voor consumptie ter plaatse.

 

29.cafť

een horecabedrijf, niet zijnde een discotheek of bar / dancing, dat tot hoofddoel heeft het ver≠strekken van dranken voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van kleine etenswaren, al dan niet ter plaatse bereid.

 

30.discotheek of bar / dancing

een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van dranken voor consumptie ter plaatse in combinatie met het doen beluisteren van overwegend mechanische muziek en het gelegenheid geven tot dansen.

 

31.detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en / of le≠veren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwen≠ding anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

 

32.detailhandel in volumineuze goederen

detailhandel in boten, brand- en explosiegevaarlijke stoffen, caravans en tenten, grote bouw≠materialen, keukens, badkamers en sanitair, meubelen en woninginrichting, en bouwmarkten en tuincentra, die vanwege hun aard en omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig hebben voor de uitstalling, een en ander te onderscheiden in:

a.†††† detailhandel in boten: detailhandel in boten en van de daarmee rechtstreeks samenhan≠gende artikelen zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en / of materialen;

b.†††† detailhandel in brand- en / of explosiegevaarlijke goederen: detailhandel in goederen welke naar hun aard zodanig brandgevaar en / of explosiegevaar kunnen opleveren dat uitstalling ter verkoop in een winkelgebied niet verantwoord is, zoals olie, benzine en gas;

c.†††† detailhandel in caravans en tenten en van de daarmee rechtstreeks samenhangende ar≠tikelen, zoals specifieke onderhoudsmiddelen, onderdelen en / of materialen en camping≠benodigdheden voorzover daar speciaal voor vervaardigd;

d.      detailhandel in grove bouwmaterialen: detailhandel in materialen voor de ruwbouw van ge≠bouwen en dergelijke, zoals stenen, zand, beton, bestratingmateriaal, hout;

e.       detailhandel in keukens, badkamers en sanitair: detailhandel in keukens, badkamers en sanitair en van de daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, inbouwapparatuur en tegels;

f.       detailhandel in meubelen en woninginrichting: detailhandel in meubelen en artikelen ten be≠hoeve van de inrichting van een woning en van de daarmee rechtstreeks samenhan≠gende artikelen;

g.      bouwmarkten: detailhandel met een al dan niet geheel overdekt verkoopvloeroppervlak van minimaal 1.000 m≤, waarop het volledige assortiment van bouw- en doe-het-zelfpro≠ducten uit voorraad aan zowel vakman als particulier op basis van zelfbediening wordt aangeboden;

h.       tuincentra: detailhandel met een al dan niet geheel overdekt verkoopvloeroppervlak, waarop artikelen voor de inrichting en het onderhoud van particuliere tuinen en de daar≠mee rechtstreeks samenhangende artikelen worden aangeboden.

 

33.bouwmarkt

een al dan niet geheel overdekt detailhandelsbedrijf met een overdekt vloeroppervlak van mini≠maal 1.000 m≤, waarop een volledig of nagenoeg volledig assortiment aan bouw- en doe-het-zelfproducten uit voorraad wordt aangeboden.

 

34.productiegebonden detailhandel

detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie.

 

35.tuincentrum

detailhandel met een al dan niet geheel overdekte verkoopvloeroppervlak waarop artikelen voor de inrichting en het onderhoud van tuinen en de daarmee rechtstreeks samenhangende artike≠len worden aangeboden, waaronder voornamelijk worden verstaan tuinplanten, tuingereed≠schappen en tuinmeststoffen, bouwmaterialen voor de tuin waaronder tuinhuisjes, serres en hobbyschuurtjes, tuinmeubelen en tuinverlichting alsmede daarmee vergelijkbare onderhouds- en inrichtingsmaterialen, en voorts de verkoop van kamerplanten, snijbloemen, plantenbakken, potten en vazen, een en ander met uitzondering van detailhandel in aanvullend assortiment.

 

36.dienstverlening

het bedrijfsmatig aanbieden, verkopen en / of leveren van diensten aan personen, zoals reisbu≠reaus, kapsalons en wasserettes.


37.    maatschappelijke doeleinden

(overheids)voorzieningen inzake welzijn, volksgezondheid, cultuur, religie, sport, onderwijs en daarmee gelijk te stellen sectoren.

 

38.aan‑huis‑gebonden beroep

het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juri≠disch, (para)medisch, therapeutisch of daarmee gelijk te stellen gebied, die door de beperkte omvang in een ondergeschikt gedeelte van een woning en de daarbijbehorende bebouwing, met behoud van de woonfunctie, wordt uitgeoefend.

 

39.    kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

het op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunning≠plicht op grond van het Inrichtingen- of Vergunningenbesluit milieubeheer geldt en die door de beperkte omvang in een gedeelte van een woning en de daarbijbehorende bebouwing worden uitgeoefend, waarbij de woonfunctie als primaire functie behouden en herkenbaar blijft.

 

40.seksinrichting

de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch -porno≠grafische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een seks≠bioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder te≠vens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

 

Recreatiesector

 

41.dagrecreatie

vorm van recreatie waarbij het ruimtegebruik een kortstondig karakter heeft en gericht is op de beleving van en / of kennismaking met natuur, landschap en cultuur van het platteland, wande≠lend, per fiets, of te paard dan wel geconcentreerd is ter plaatse van een attractie.

 

42.kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen

voorzieningen ten behoeve van activiteiten zoals wandelen, fietsen, vissen, zwemmen, kanoŽn en natuurobservatie in de vorm van bijvoorbeeld aanlegsteigers, picknickplaatsen, observatie≠punten, informatieborden en banken.

 

43.kampeermiddelen

a.       een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan;

b.      enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde waarvoor ingevolge artikel 40 van de Woningwet een bouwvergunning vereist is;

een en ander voorzover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn be≠stemd of opgericht, dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf en waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben.

 

44.    verblijfsmiddelen

voor verblijf geschikte - al dan niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken - voer- en vaartui≠gen, arken, caravans, woonwagens en andere soortgelijke constructies, alsmede tenten; een en ander voorzover geen bouwwerken en / of kampeermiddelen zijnde.

 

45.volkstuinen

gronden waarop voor particulier gebruik, op recreatieve wijze voedings- en siergewassen wor≠den geteeld.

 

Milieu

 

46.geluidsproducerende inrichtingen

inrichtingen zoals genoemd in het Inrichtingen- en vergunningenbesluit Wet milieubeheer juncto Wet geluidhinder zoals deze luidden op het moment van rechtskracht verkrijgen van het plan.


47.    risicocontour

10-6 iso-risicocontour voor het individuele risico per jaar.

 

48.oriŽnterende waarde groepsrisico

oriŽnterende waarde voor het groepsrisico volgens de nota Risiconormering Vervoer Gevaar≠lijke stoffen 1996.

 

49.†† bijzondere objecten LPG-tankstations

Objecten categorie I:

-             sporthallen en zwembaden;

-             winkels, voorzover zij niet onder categorie II vallen;

-             hotels, restaurants en kantoorgebouwen, voorzover zij niet onder categorie II vallen;

-             bedrijfsgebouwen, voorzover zij niet onder categorie II vallen, alsmede incidentele dienst- of bedrijfswoningen die op industrieterreinen voorkomen, met een gemiddelde dichtheid aan dienst- of bedrijfswoningen van ten hoogste ťťn per hectare;

-             speeltuinen, sportvelden, openluchtzwembaden en andere recreatieterreinen, voorzover deze recreatieterreinen niet onder categorie II vallen.

 

Objecten categorie II:

-             bejaardenoorden, verpleeginrichtingen, ziekenhuizen en sanatoria, zwakzinnigeninrichtin≠gen en psychiatrische ziekenhuizen, gezinsvervangende tehuizen;

-             scholen;

-             complexen, waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk vloerop≠pervlak meer dan 1.000 m≤ bedraagt en winkels met een totaal vloeroppervlak van meer dan 2.000 m≤ per object;

-             hotels, restaurants en kantoorgebouwen, bestemd voor meer dan 50 personen per object;

-             telefooncentrales, gebouwen met vluchtleidingsapparatuur, elektriciteitscentrales, hoofd≠schakelstations van de Nederlandse Spoorwegen en andere kwetsbare objecten met een hoge infrastructurele waarde;

-             installaties en bovengrondse opslagtanks voor brandbare, explosieve of giftige stoffen als≠mede plaatsen ten behoeve van de bewaring van gasflessen waarvan de gezamenlijke in≠houd meer dan 2.500 liter (waterinhoud) bedraagt;

-             campings, bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen, volkstuincomplexen, waarop meer dan 25 tuinhuisjes, mede bestemd voor het verblijf van personen, aanwezig zijn en andere recreatieterreinen, bestemd voor het verblijf gedurende meerdere aaneen≠gesloten dagen van het jaar van meer dan 50 personen.

 

Diversen

 

50.nevenactiviteiten

activiteiten die in ruimtelijk opzicht ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie op een bouwvlak.

 

51.    nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstati≠ons, schakelhuisjes, duikers, bemalinginstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en appa≠ratuur voor telecommunicatie.

 

52.onevenredige afbreuk aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiks≠mogelijk≠heden van aangrenzende gronden en bouwwerken

a.       onevenredig nadelige veranderingen in de bezonningssituatie op de aangrenzende erven of tuinen en in de lichttoetreding van het naastgelegen hoofdgebouw;

b.      onevenredig grote verkeersaantrekkende werking;

c.       onevenredig grote parkeerdruk op de openbare ruimte.

 

53.    peil

a.       voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg (ter plaatse van de hoofdtoegang);

b.      in andere gevallen en voor andere bouwwerken: de gemiddelde hoogte van het aanslui≠tende afgewerkte maaiveld.

 

Waarden

 

54.archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijf≠selen uit oude tijden.

 

Deskundigen

 

55.agrarisch deskundige

de agrarische adviescommissie van de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten dan wel een an≠dere door het college aan te wijzen onafhankelijke deskundige of onafhankelijke commissie van deskundigen op het gebied van landbouw en tuinbouw.

 

56.milieudeskundige

een door het college aan te wijzen onafhankelijke deskundige of onafhankelijke commissie van deskundigen op het gebied van milieu.

 

57.archeologisch deskundige

de provinciaal archeoloog, Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek dan wel een an≠dere door het college aan te wijzen onafhankelijke deskundige of onafhankelijke commissie van deskundigen op het gebied van archeologie.

 

58.leidingdeskundige

een door het college aan te wijzen onafhankelijke deskundige of onafhankelijke commissie van deskundigen op het gebied van leidingen.

 

59.molendeskundige

een door het college aan te wijzen onafhankelijke deskundige of onafhankelijke commissie van deskundigen op het gebied van molens, zoals de Vereniging De Hollandsche Molen of de Ver≠eniging De Zeeuwse Molen.

 

Bestaande situaties

 

60.bestaande bouwwerken

op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan bestaande bouwwerken, die zijn of worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet.

 

61.bestaand gebruik

het op het tijdstip van het in werking treden van het plan bestaande gebruik.

 

62.sanering

het geheel of gedeeltelijk slopen van de op een bouwvlak voorkomende bouwwerken.