Artikel 18 Leidingen

Doeleindenomschrijving

1. De gronden die op de kaart tevens voor Leidingen zijn aangewezen zijn mede bestemd voor:

a.       ter plaatse van de subbestemming aardgasleiding alsmede ter plaatse van de gronden bin­nen 4.00 m aan weerszijden: een aardgasleiding.

 

Bouwvoorschriften

2. Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen ten behoeve van de leidingen uitsluitend bouwwer­ken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

 

Bouwvoorschriften voor bouwwerken ten behoeve van andere bestemmingen

3. Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen zijn niet toegestaan.

 

Vrijstellingsbevoegdheid

4. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van lid 3 voor de gebou­wen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien en voorzover:

a.       de belangen van de leidingen niet worden geschaad;

b.      burgemeester en wethouders schriftelijk advies hebben ingewonnen bij de leidingbeheer­der omtrent de vraag of door de voorgenomen bouw de belangen van de leidingen niet worden geschaad en de eventueel ter voorkoming daarvan te stellen voorwaarden.

 

Aanlegvergunningen

5. Het is verboden op of in de in lid 1 onder a bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende wer­ken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren:

a.       het aanleggen van gesloten oppervlakteverhardingen;

b.      het bodemverlagen, afgraven of ophogen van de grond;

c.       het beplanten van gronden met houtgewassen;

d.      het indrijven van voorwerpen.

 

6. Het verbod als bedoeld in lid 5, is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:

a.       normaal onderhoud en normaal beheer betreffen, waaronder begrepen het agrarisch be­heer en onderhoud;

b.      reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;

c.       mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende of nog te verlenen vergunning.

 

7. Werken en / of werkzaamheden als bedoeld in lid 5 zijn slechts toelaatbaar, indien en voorzo­ver de belangen van de leiding (leidingbelang), waaronder wordt verstaan de belangen uit een oogpunt van nuts- en energievoorziening en veiligheid, hierdoor niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.

 

8. Alvorens omtrent het verlenen van aanlegvergunning te beslissen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag in lid 7.

 

Bestemmingen Archeologisch waardevol gebied en Molenbeschermingszone

9. Indien voor de in lid 1 bedoelde gronden tevens op de voorschriftenkaart de bestemming Ar­cheologisch waardevol gebied en / of op de kaart de bestemming Molenbeschermingszones zijn respectievelijk is opgenomen, dan zijn op deze gronden tevens de bestemmingen Archeolo­gisch waardevol gebied en / of Molenbescherming van toepassing een en ander onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 19 en / of 20.