Artikel 5 Detailhandelsdoeleinden (D)

Doeleindenomschrijving

1. De gronden op de kaart aangewezen voor Detailhandelsdoeleinden (D) zijn bestemd voor detailhandel en dienstverlening op de begane grond, met dat dien verstande dat ter plaatse van de bestemmingsaanduiding Dv tevens detailhandel op de verdieping is toegestaan, en het wo­nen met bijbehorende erven.

 

Bouwvoorschriften

2. Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

a.       gebouwen;

b.      bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

3. Voor het bouwen gelden de aanduidingen op de kaart en de volgende bepalingen:

a.       gebouwen en overkappingen zijn uitsluitend ter plaatse van een bebouwingsvlak toege­staan;

b.      het maximaal toelaatbaar oppervlak aan gebouwen en overkappingen mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 60%, tenzij op de kaart anders is bepaald;

c.       ter plaatse van gronden met de nadere aanwijzing (e) mag:

1.   voor zover deze gronden deel uitmaken van een perceel kleiner dan 500 m2, de ge­za­menlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen ten hoog­ste 50% van dit bebouwingsvlak bedragen, met een maximum van 60 ;

2.   voor zover deze gronden deel uitmaken van een perceel van of groter dan 500 m2, de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen ten hoogste 50% van dit bebouwingsvlak bedragen, met een maximum van 90 ;

met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 15  onbebouwd en onoverdekt dient te blijven;

d.      de onderlinge afstand van niet-aaneengebouwde gebouwen op hetzelfde bouwperceel dient ten minste 1.00 m te bedragen;

e.       voor zover de gebouwen en overkappingen niet in de perceelsgrens worden gebouwd, dient de afstand tot de perceelsgrens ten minste 1.00 m te bedragen;

f.       ter plaatse van gronden met de nadere aanwijzing (z) zijn geen gebouwen en overkappin­gen toegestaan;

g.      de goot(- of boeibord)hoogte en / of bouwhoogte van gebouwen en andere bouwwerken mag ten hoogste bedragen:

 


                                                                  goot(- of                             bouwhoogte

                                                                  boeibordhoogte)

 


1.      van hoofdgebouwen                                                                        zie kaart        zie kaart en anders

                                                              4.00 m hoger dan

                                                                                                             goothoogte

2.      van aanbouwen                                     3.00 m                                 6.00 m;

       en bijgebouwen

3.      van erfscheidingen                                -                                          2.00 m;

4.      van andere bouwwerken                        -                                          3.00 m.

 

 


Wijzigingsbevoegdheid ex artikel 11 WRO

Woon- en kantoorfuncties

4. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de in lid 1 bedoelde gronden te wijzigen ten behoeve van een functiewisseling naar woningen en / of kantoren mogelijk te maken, een en ander met inachtneming van de volgende bepalingen:

a.       planwijziging ten behoeve van de functiewisseling naar woningen dient in overeenstemming te zijn met het bepaalde in artikel 2 en de volgende bepalingen:

1.   de nieuwe woningen dienen te passen in het provinciaal planningsstelsel voor woning­bouw;

2.   de nieuwe woningen mogen geen hinder ondervinden van de aanwezige bedrijven bin­nen en / of nabij het plangebied;

b.      planwijziging ten behoeve van de functiewisseling naar kantoren dient in overeenstemming te zijn met de volgende bepalingen:

1.   nieuwvestiging van een kantoor dient te voorzien in een lokale behoefte;

2.   het bepaalde onder 1 dient te worden aangetoond met een door de initiatiefnemer daar­naar ingesteld onderzoek dat als basis zal worden gehanteerd voor toepassing van de wij­zigingsbevoegdheid;

3.   per bebouwingsvlak is ten hoogste één dienstwoning toegestaan;

4.   het maximaal toelaatbaar oppervlak aan gebouwen en overkappingen mag per bouwper­ceel niet meer bedragen dan 60%;

5.   de onderlinge afstand van niet-aaneengebouwde gebouwen op hetzelfde bouwperceel dient ten minste 1.00 m te bedragen;

6.   voor zover de gebouwen en overkappingen niet in de perceelsgrens worden gebouwd, dient de afstand tot de perceelsgrens ten minste 3.00 m te bedragen;

c.       de hoogte en andere maten van de gebouwen dienen te worden afgestemd op de gebou­wen in de omgeving;

d.      in het wijzigingsplan dient aandacht te worden besteed aan de gemaakte belangenafweging;

e.       vooraf dient inzicht te zijn verkregen in de bodemhygiëne;

f.       bij het toepassen van deze wijzigingsbevoegdheid, wordt de procedure genoemd in artikel 29 lid 2 doorlopen.

 

Vrijstellingsbevoegdheid

Detailhandel en dienstverlening op de verdieping

4A. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 1 teneinde detailhandel en dienstverlening tevens op de verdieping toe te laten, indien is aange­toond dat geen mogelijkheden voor uitbreiding van het verkoopvloeroppervlak op de begane grond aanwezig zijn.

 

Bestemmingen Archeologisch waardevol gebied en Molenbeschermingszone

5. Indien voor de in lid 1 bedoelde gronden tevens op de voorschriftenkaart de bestemming Ar­cheologisch waardevol gebied en / of op de kaart de bestemming Molenbeschermingszones zijn respectievelijk is opgenomen, dan zijn op deze gronden tevens de bestemmingen Archeolo­gisch waardevol gebied en / of Molenbescherming van toepassing een en ander onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 19 en / of 20.